Theorie en achtergronden

Deze website is een blog om kennis te delen over de ontwikkeling van Plaatsen van Betekenis. Wij ontvangen graag uw reacties. De publieke website Plaatsen van Betekenis wordt gelanceerd in oktober 2011.

In november 2010 zijn we officieel gestart met het project Plaatsen van Betekenis. Ruim vóór die tijd echter zijn we op zoek gegaan naar de betekenis van begrippen als ‘plaats’, ‘identiteit’ en ‘identificatie’, naar de grondslagen van de cultuurtoeristische markt en naar de beweegredenen en achterliggende motivaties van degenen voor wie we Plaatsen van Betekenis opzetten: de cultuurtoerist.

Hieronder vind je de neerslag van ons literatuuronderzoek en de conclusies die we daaruit hebben getrokken met betrekking tot onze doelgroep.

Het concept van plaats
 Plaatsen zijn belangrijk voor mensen. Plaatsen zijn ankerpunten, voor de vorming van wat je zelf bent, voor je gevoel van ‘thuis-zijn’, voor het vormen van je identiteit, voor je herinnering en je geheugen. Aan plaatsen hangen zeer persoonlijke betekenissen. Die betekenissen kunnen grofweg rond drie ‘polen’ gegroepeerd worden: het ‘zelf’, ‘anderen’ en ‘omgeving’. Voor het ‘zelf’ zijn die betekenissen gekoppeld aan het idee van worteling (ergens thuis zijn), een gevoel van continuïteit en van zekerheid. Voor de relatie van het ‘zelf’ met anderen gelden: gemeenschap, 403 Forbidden erkenning en ontmoeting, en voor de relatie zelf-omgeving: de fysieke, historische en institutionele omgeving.

Daaronder liggen nog enkele betekenisdimensies die van belang zijn om de relatie van een plaats-’zelf’  te identificeren:
  • Distinctie: een betekenisvolle plek moet kunnen worden geïdentificeerd als een duidelijk (van andere plekken) te onderscheiden territoriale eenheid.
  • Waardetoekenning: een plek is gekoppeld aan bepaalde waarden. Zo is het gevoel van ‘ergens thuis-zijn’ gekoppeld aan de fundamentele waarde van veiligheid.
  • Continuïteit: individueel (hoe lang je ergens gewoond hebt) en hoe je sociaal/historisch en door lokale gewoonten aan plaats gebonden bent
  • Verandering : individuen maken plaatsen ‘van zichzelf’ via sociale relaties. Plaatsen zijn zo ook op te vatten als persoonlijke en zelfs als collectieve ‘projecten’
Volgens sommige theoretici is het begrip ‘specifieke plaats’ in toenemende mate irrelevant. Meer en meer persoonlijke ervaringen en sociale relaties worden immers gerealiseerd via (nieuwe) communicatiemedia en -technologieën en zijn dus niet meer afhankelijk van specifieke locaties. Volgens sommigen wordt de moderne wereld ook in toenemende mate gekenmerkt door niet-authentieke fysieke omgevingen (zgn. non-lieux: vliegvelden, anonieme winkelstraten of shopping malls). Beide tendensen zouden ten grondslag liggen aan een gevoel van placelessness: het gevoel nergens meer ‘thuis’ te zijn, het gevoel dat alle plaatsen op elkaar lijken. Er is

403 Forbidden

ook een tegengestelde tendens: in een wereld zonder duidelijk van elkaar te onderscheiden plekken zoeken mensen weer naar een gevoel van verbondenheid met hun directe omgeving (familie, buurt, stad, regio).

Plaats en identiteit
 Verschillende theoretici hebben zich de afgelopen decennia gebogen over problemen met betrekking tot het begrip plaats. Zo ontwikkelde Pierre Nora (in Les lieux de mémoire, 1984-92) het idee van de lieux de mémoire (plaatsen van herinnering). Nora maakt een onderscheid tussen herinnering en geschiedenis. Door de


nginx/1.6.3
geschiedschrijving is directe herinnering, oorspronkelijk iets vanzelfsprekends en spontaans, veranderd in een indirecte constructie; iets dat overwogen en geanalyseerd wordt (geschiedenis). Met het concept lieux de mémoire introduceert Nora herinneringsplaatsen, waar de mens in verbinding staat met het verleden. Een lieu de mémoire kan een tastbaar gebouw zijn, zoals een kathedraal, een museum of archief, of een paleis, maar ook een begraafplaats of gedenkteken. Maar lieux de mémoire zijn bij Nora niet noodzakelijk gebonden aan fysieke plaatsen: het kunnen ook symbolen, instellingen, personen, rituelen, herdenkingsdagen, symbolen of emblemen en teksten zijn. Lieux de mémoire kunnen op drie manieren vorm krijgen: materieel, functioneel en symbolisch. De Arc de Triomphe is bijvoorbeeld een stenen triomfboog (materieel), die onder andere als uitzichtpunt over Parijs dient (functioneel) en die symbool staat voor de onbekende soldaten die gevochten hebben voor de Franse natie (symbolisch).

Lieux de mémoire komen niet in alle culturen voor en zijn een typisch fenomeen van onze moderne tijd. De lieux de mémoire bestaan om ons te helpen herinneren aan het verleden – iets wat misschien wel noodzakelijk is om het leven in de moderne wereld zinvol te maken.  Ze hebben tot doel om ‘de tijd te doen stilstaan, om het vergeten te stoppen’ en ze delen alle de ‘wil om te onthouden’.

World of places en world of flows
 Je kunt het idee van de lieux de mémoire moeiteloos inpassen in de theorie van Manuel Castells (The Information Age: Economy, Society and Culture: The Rise of the Network Society, 1996; The Power of Identity, 1997 en End of Millennium, 1998). Volgens Castells ontwikkelt zich, naast de historisch gewortelde ruimtelijke organisatie van onze samenleving – the space of places – onder invloed van computer, telematica en steeds sneller wordende vervoermiddelen momenteel een organisatie die vooral door netwerken en stromen wordt gedicteerd – the space of flows. Als gevolg van de revolutionaire ontwikkeling van de informatietechnologie is een economie op wereldschaal ontstaan, waarin voortdurend wisselende en flexibele ketens van bedrijven en instellingen worden gevormd, waarin massaproductie plaatsmaakt voor flexibele productie, en waar alles waar ook ter wereld geproduceerd kan worden.

Het tweede belangrijke gevolg van de informatietechnologie is een toenemende sociale fragmentering. In de netwerkeconomie verliezen oude regionale bindingen het van lucratieve internationale allianties. Gevolgen zijn sociale fragmentering en een nieuwe cultuur: een cultuur van real virtuality, die ontstaat doordat culturele codes en symbolen los van tijd en plaats raken; het ‘echte’ is daardoor niet meer te onderscheiden van het virtuele. Er vindt volgens Castells een verschuiving plaats van een world of places naar een world of flows.
Op maatschappelijk gebied is individualisering het gevolg, en – als keerzijde – groepen van mensen die zich bezinnen op hun (groeps)identiteit. Er is aan de ene kant de individualiserende tendens van de netwerkeconomie, en aan de andere kant zijn er de sociale bewegingen die daartegen in het geweer komen. Voorbeelden zijn feminisme, religieus fundamentalisme en herrijzend nationalisme. Het probleem is dat tussen deze twee uitersten de traditionele instellingen van de samenleving in elkaar storten. De samenleving valt uiteen in individuen en gemeenschappen. Die gemeenschappen ontwikkelen eigen culturen, en hebben de neiging culturele stammen te worden. En dan is er geen communicatie meer mogelijk.’ Zo krijg je een groot leger van identiteitloze individuen, ofwel citizens of the world.

Identiteit & identificatie
Identiteiten zijn volgens Castells (The Power of Identity) belangrijk: ‘[...]omdat ze belangen, waarden n projecten opbouwen rondom ervaring en weigeren op te lossen door een specifieke verbinding te vormen tussen natuur, geschiedenis, aardrijkskunde en cultuur. ‘

Identiteit is een constructie, want het is een dimensie van menselijk handelen. Identiteit is dan ook niet statisch, maar dynamisch (afhankelijk van de sociale relaties of de context benadrukken we andere aspecten van onze identiteit) en zelfs meervoudig (mensen onderhouden meerdere vormen van relaties). Verder is identiteit ruimtegebonden; het is een vorm van rëificatie, ofwel het toekennen van menselijke eigenschappen aan fysieke ruimten: mensen kunnen plekken ‘laden’ met betekenissen.

De traditionele opvatting is dat iemands identiteit sterk is verbonden aan plaats. In de postmoderne maatschappij is dat steeds minder het geval. Onder invloed van de processen die hierboven zijn besproken worden traditionele identiteiten meer en vervangen door individuele identiteiten. Dat houdt een ‘gelijkschakeling van lokale situaties’ in: lokale en culturele verschillen verliezen steeds meer aan betekenis onder invloed van de moderne communicatiemedia. De reactie daarop is ‘ontworteling’ en nadruk op eigen nationale, regionale en lokale culturen.

De huidige zoektocht naar ruimtelijke identiteit is een plaatsbepaling. Ze tekent een verhoogd bewustzijn van de betekenis van de plek als een sociale en mentale entiteit. Het vraagstuk naar identiteit kan begrepen worden als een poging het verloren besef van lokale ruimtelijke identiteiten terug te winnen. Waar mensen eerder identiteiten zochten in religie of politieke oriëntatie, doen ze dat nu in de ruimtelijke omgeving, als reactie op de maatschappelijke veranderingen en de mondialisering.

Sense of place
De conceptualisering van de relatie tussen ruimte en identiteit kent twee varianten. Het ene veld richt zich op wat als de ‘identiteit van plaats’ geduid kan worden. Begrippen als genius loci en spirit of place refereren aan eigenschappen die aan een plek een ‘persoonlijkheid’ of ‘identiteit’ verlenen. Je zou dit de essentialistische benadering kunnen noemen. Deze stelt dat een plek een robuuste waarde heeft (en dus houdt), die continu en niet dynamisch is, te objectiveren is en onafhankelijk is van toe-eigening door groepen.

Een tweede onderzoeksveld houdt zich bezig met wat de ‘plaats van identiteit’ genoemd kan worden. De aandacht richt zich hier op de wijze waarop plaatsen onderdeel uitmaken van persoonlijke of collectieve identiteiten. Zo stellen fenomenologen, in navolging van Heidegger, dat iedere menselijke ervaring een ruimtelijke grondslag heeft. ‘Mens-zijn,’ zo schrijft Relph, ‘is leven in een wereld die vol is van betekenisvolle plekken: mens-zijn betekent dat je je plaats hebt en kent.’ (Place and placelessness, 1981) Een begrip als sense of place duidt op de ervaring van mensen met een specifieke setting, de associaties, gevoelens en sentimenten die een ruimte oproept. Andere veel gehanteerde concepten zijn place identity, dat refereert aan de symbolische aspecten en betekenissen waarmee mensen zich met een specifieke plek of locatie identificeren, en place attachment, dat wijst op de emotionele of affectieve betekenissen waarmee mensen aan een specifieke ruimte betekenis verlenen.

Met de veelheid van wetenschappelijke begrippen ontstond twijfel over de bovengenoemde fenomenologische notie van identiteit. Met name in de poststructuralistische theorievorming is een constructivistisch begrip van identiteit dominant, waarin identiteit niet als een eenduidig en kenbaar gegeven wordt beschouwd, maar als een meerduidige en subjectieve constructie. Een dergelijk begrip veronderstelt dat ruimtelijke identiteit niet intrinsiek is aan een bepaalde plaats, maar er altijd door mensen aan wordt toegeschreven. ‘Streken bestaan niet om gewoon maar ontdekt te worden, ze zijn onze constructies (en die van anderen’) (Allen & Massey).

Ruimtelijke identiteiten veranderen bovendien met de tijd. De ontwikkeling van ruimtelijke identiteiten moet dan ook beschouwd worden als een dynamisch proces, waarbij een veelvoud aan individuen, posities en schaalniveaus zijn betrokken.

Over wat de identiteit van een menselijk individu uitmaakt, kunnen sociaal psychologen geen harde uitspraken doen, laat staan dat het mogelijk is de identiteit van een plek te traceren. Ruimtelijke identiteiten laten zich, om kort te gaan, niet eenduidig vastleggen.

Wellicht is een begrip als identificatie beter hanteerbaar dan een begrip als identiteit, met name omdat identificatie – gedefinieerd als een dynamisch proces van het leggen, onderhouden en verbreken van verbindingen – een meer dynamisch beeld geeft. Binnen dat begrip identificatie zijn  drie niveaus te onderscheiden: functionele identificatie (het gevoel ergens bij te horen), normatieve identificatie (het samen delen van normen en waarden) en emotionele identificatie (het gevoel van verbondenheid en loyaliteit) (een indeling die vergelijkbaar is met het onderscheid dat we eerder aanhaalden).

Erfgoed en plaats
Desondanks ligt er een verband tussen de identiteit van het individu en zijn leefomgeving. Erfgoed biedt inzicht in de ontwikkeling van de leefomgeving. Het heden, de sociale leefomgeving zoals die er op dit moment uitziet, is immers voortgekomen uit (constructies uit) het verleden. Het verleden duikt in allerlei vormen op: als herinneringen, gewoontes, omgangsvormen, instituties en tradities, maar evengoed als elementen in de uiterlijke leefomgeving, zoals gebouwen en natuurlijke gebieden. Er is een constante wisselwerking tussen het individu en zijn omgeving, waardoor beide zich continu ontwikkelen.

In Nederland hebben globalisering en migratie de behoefte aan historische kennis en inzicht in de eigen identiteit vergroot. Kennis over kunst, cultuur en erfgoed dragen bij aan dit inzicht. Deze opvatting is in een advies van de Raad van Cultuur (‘Innoveren, Participeren!’ uit 2007) vervat in de term ‘cultureel burgerschap’.

De waarde van erfgoed
Maar de waarde van erfgoed ligt niet vast. Het is niet langer voldoende om erfgoed te definiëren als een statische verzameling van objecten met vastliggende betekenissen. Ook erfgoed moet begrepen worden als een sociale en culturele constructie, die steeds weer wordt geschapen en herschapen door sociale relaties, processen en ontkenningen.

Sterker gezegd: erfgoed op zich is waardeloos. Het is immers de blik van de kijker (bezoeker) die erfgoed z’n waarde en z’n betekenis geeft.
Om beter inzicht te krijgen in de waarde, betekenis en relevantie van erfgoed voor de maatschappij moet onderzocht worden hoe mensen erfgoed bekijken en waarderen, als individu en als sociale groep. Waarden bepalen het gedrag van mensen sterker dan houdingen. Waarde wordt altijd toegekend en is niet inherent aan erfgoed of erfgoedobjecten, en verschillende groepen kennen op verschillende manieren waarde toe aan erfgoed en erfgoedobjecten. Die waardetoekenning is een dynamisch proces en verschilt van tijd tot tijd. Mensen identificeren zich met plaatsen of streken en kennen daar (on)bewust waarde en betekenis aan toe.
In de traditionele opvatting over de waarde van erfgoed, die door erfgoedinstellingen en de politiek steeds wordt gehanteerd worden drie waardetypes onderscheiden: de  instrumentele waarde, de intrinsieke waarde en de institutionele waarde (gebaseerd op de ‘Demos triangle of heritage values’; zie: E.Clark, Capturing the Public Value of Heritage, London 2006).
De instrumentele waarden maken mogelijk dat waardevolle plaatsen gezien worden als een betekenisvolle bijdrage aan de maatschappij:
  • opvoedkundig – als een bron om van te leren
  • recreatief – als plek waar je je kunt vermaken
  • economisch – als aanzet voor economische groei
  • sociaal – als verbindende kracht
Erfgoed wordt vooral sterk geïdentificeerd met een breed spectrum aan intrinsieke waarden, Daarbinnen zijn er vier kernwaarden te onderscheiden:
- Kenniswaarde –  deze plaatst erfgoed centraal waar het gaat om kennis over onszelf en onze maatschappij, waarbij duidelijk wordt dat onze culturele identiteit zowel persoonlijke als gemeenschappelijke aspecten kent (erfgoed helpt toekomstige generaties te begrijpen hoe ons verleden in elkaar zit en hoe daaruit ons heden is gegroeid)
  • Identiteitswaarde – deze verschaft een gevoel van identiteit op persoonlijk, gemeenschappelijk, regionaal of nationale niveau
  • Nalatenschapswaarde – voor erfgoed moet gezorgd worden zodat waardevolle objecten kunnen worden doorgegeven aan toekomstige generaties
  • Onderscheidingswaarde  - wat maakt iets tot iets speciaals (een sleutelwaarde voor erfgoed, die zeer belangrijk is omdat deze nauw aansluit bij persoonlijke en culturele identiteit). Het is belangrijk om een historisch element te behouden in een wereld die snel moderniseert om het karakter en de historische betekenis van een plek of gebied te behouden.
Tot slot zijn er de institutionele waarden. Deze hebben betrekking op de processen en
technieken die organisaties aanwenden om warden te creëren voor het publiek. Deze institutionele waarden worden opgebouwd door de manier waarop organisaties met hun publiek omgaan.
De economische waarden van erfgoed zijn relatief gemakkelijk te meten, omdat ze uiteindelijk in geldwaarde kunnen worden uitgedrukt. Culturele waarde kent echter geen direct uitdrukkingsmiddel. Je kunt de culturele waarde hoogstens opdelen in bepalende delen. In het geval van erfgoed zou je daartoe kunnen praten over:
  • esthetische waarde: schoonheid, harmonie
  • spirituele waarde: begrip, inzicht
  • sociale waarde: de verbinding met anderen, identiteitsvorming
  • historische waarde: de verbinding met het verleden
  • symbolische waarde: objecten of plaatsen als bewaarplaatsen of overdrachtsplaatsen van betekenis
  • authenticiteitswaarde: integriteit, uniciteit
Tourist experience en visitors journey
Voor Plaatsen van Betekenis zijn de ervaring van de cultuurtoerist en de waarden die hij hanteert waar het om het bezoeken van erfgoed gaat van veel meer – zelfs van cruciaal – belang.
Bij het bezoeken van erfgoed speelt een proces van waardetoekenning een belangrijke rol. Om dat proces in beeld te krijgen moet je uitgaan van de individuele bezoeker van erfgoed en bestuderen wat zijn ervaringen zijn bij dat bezoek, niet alleen tijdens dat bezoek, maar ook daarvoor – bij de planning van dat bezoek, bij de voorbereiding ervan, bij zijn motivatie om dat bezoek te brengen en bij de selectie van wat er bezocht gaat worden – en zelfs achteraf. Ervaringen vooraf sturen of kleuren het bezoek zelf; ze verhogen het bezoekplezier en de ervaring van het bezoek. En ervaringen achteraf – het herbeleven van de ervaringen vooraf en tijdens het bezoek en het doorgeven van die ervaringen door daarover te vertellen – spelen een rol in de betekenistoekenning en waardering van datgene wat is bezocht.

Het is een misvatting om de tourist experience te interpreteren als de interactie tussen de toerist en het toeristisch systeem. De tourist experience bestaat niet alleen uit de gebeurtenissen tijdens de trip, om de omstandigheden waaronder die zijn beleefd, of om sociale actie tijdens zo’n trip (ook al tellen die wel mee). De bestemming of de daar ontplooide activiteiten zijn niet de spil waarom het draait.

De tourist experience is een psychologisch fenomeen. Daarbij draait het om ervaringen, maar ook om herinneringen. Toeristen maken dingen mee tijdens een trip én ze accumuleren herinneringen als gevolg daarvan. De tourist experience valt uiteen in drie fases: het planningsproces (opbouw van verwachtingen), de trip zelf (de perceptie van de gebeurtenissen tijdens de trip) en de herinneringen die achteraf ontstaan. Vaak is de herinnering van mensen gekleurd, zodat ze niet precies meer weten wat ze als positief en wat als negatief ervoeren. Maar opvallend genoeg kleuren verwachtingen de waardering nóg sterker dan ervaringen die de toerist heeft opgedaan tijdens de trip. Sommige theoretici (zoals Leiper, 2000) suggereren zelfs: ‘De kern van het toerisme zit in de mensen thuis, die op het punt staan om toerist te worden’.

Dit leidt tot de volgende definitie van de tourist experience: ‘Een tourist experience is een persoonlijke, reis-gerelateerde gebeurtenis in het verleden die sterk genoeg is om in het langetermijn geheugen opgenomen te worden.’ Dit houdt in dat niet alleen de ervaringen tijdens en na een toeristische trip van belang zijn waar het gaat om de tourist experience, maar dat met name de ervaring vooraf zeer belangrijk is. Het juist vormgeven van deze ervaring is bepalend.

Daarnaast is het proces achteraf van cruciaal belang: het vertellen over wat je hebt bezocht, gezien en hebt ervaren en het delen daarvan met anderen. Dat vertellen zorgt niet alleen voor een herbeleving van ervaringen, het geeft daar ook vorm aan. Het is een constructief en dynamisch proces van het toekennen van betekenis en waarden. Het herinneren, vertellen en doorgeven van ervaringen en herinneringen zorgt voor een cirkel die leidt tot herbeleving en herinterpretatie en – vaak – tot herbezoek.

Die cirkel van het vooraf plannen van een reis, de daadwerkelijk beleving daarvan, en de herbeleving daarna door erover te vertellen kan worden gedefinieerd als de visitor’s journey. Het principe van de visitor’s journey verduidelijkt het dynamische proces van betekenisgeving en waardetoekenning waaraan erfgoed onderhevig is.
De visitor’s journey omvat dus de ervaringen vooraf, tijdens en ná het bezoek aan een locatie. De bezoeker koppelt betekenissen en waarden aan de plaatsen die hij bezoekt en gebruikt die locaties met de daaraan gekoppelde betekenissen en waarden als plaatsbepaling en als oriëntatiepunt (ze geven hem richting in ruimte én tijd). Hij verbindt als het ware zijn mental map continu met de fysieke omgeving en de bijbehorende (narratieve) waarden.

Op zoek naar de harde waarden achter de hartenwaarde
Zoals uit onze doelstelling blijkt, mikt Plaatsen van Betekenis niet op het louter inventariseren en beschrijven van de historische gebeurtenissen en feiten. Historische feiten en gebeurtenissen zijn vooral interessant omdat ze als kapstok dienen waaraan verhalen kunnen worden opgehangen.

Wij zijn vooral geïnteresseerd in hoe mensen naar die historische feiten kijken, wat die historische gebeurtenissen voor hen persoonlijk betekenen en hebben betekend. Wij zoeken niet alleen naar het historische verhaal áchter de persoon of gebeurtenis: wij willen graag weten wat mensen in die historische persoon of gebeurtenis zien, wat ze erin herkennen, welke dingen ze eruit hebben geleerd of opgepikt. Dat verhaal – de persoonlijke verwerking van wat geschiedenis met mensen doet, wat ze eruit hebben geleerd, hoe het hun persoonlijke leven heeft vormgegeven, wat het voor hen heeft betekend – is voor ons interessant.
En omdat die persoonlijke betekenissen vaak zijn gekoppeld aan fysieke plekken of objecten – als aanknopings- of condensatiepunten van herinnering – legt Plaatsen van Betekenis nadruk op plaatsen waar visueel of tastbaar nog iets valt te beleven en door te geven.

Het verhaal van een plek is niet statisch, maar dynamisch. Het is aan een voortdurend proces van vertellen en hervertellen onderhevig. Het is het product van de tijd, opgebouwd uit vele verhalen van vele mensen: hun herinneringen, dromen en mythen. Zo wordt tangible erfgoed gekoppeld aan intangible erfgoed.

Het verhaal van een plek is niet voor iedereen gelijk: het karakter en de aantrekkingskracht van een plek liggen in de verschillende betekenissen die verschillende mensen daaraan hechten en in verschillende tijden daaraan hebben gehecht. Vandaar de nadruk die Plaatsen van Betekenis legt op narratives en counter narratives. Plaatsen van Betekenis heeft als uiteindelijk doel mensen in de gelegenheid te stellen om hun verhalen door te geven en daarover, en over de betekenissen die erin liggen opgesloten, met elkaar te communiceren.

De betekenis van een plek wordt bovendien niet alleen bepaald door de daar aanwezige en te bezichtigen historische resten, maar mede door de oorspronkelijk aan die plek gekoppelde objecten. Objecten die door een proces van musealisering in collecties (depots van wetenschappelijke instellingen) zijn terecht gekomen. Plaatsen van Betekenis geeft z’n gebruikers de gelegenheid om de koppeling van het object aan z’n oorspronkelijke locatie te herstellen en daarmee de betekenis van die locatie te versterken.

Het reconstrueren van de ontstaansgeschiedenis en de in de loop van de tijd gangbaar geraakte beelden die er van een plek zijn ontstaan en bestaan en het opnieuw ontwarren, ontwikkelen en verknopen van het netwerk van verhalen  - dat maakt de geschiedenis van een plek levend. Plaatsen van Betekenis linkt daarnaast plekken aan andere plekken en verduidelijkt zo de ruimtelijke en thematische context waarin zij hebben gefunctioneerd en nóg functioneren.

Plaatsen van Betekenis biedt met de verhalen die het verzamelt een zeker tegenwicht tegen de tendens van globalisering. Binding met een plaats heeft immers alles te maken met een sense of place, een sense of time en sense of belonging. Waar wij op mikken is dat gevoel van belonging manifest te maken.

Vanuit diezelfde motivatie werken we principieel alleen met verhalen die worden aangeleverd door het publiek. We hopen dat we met Plaatsen van Betekenis een echte community kunnen vormen, waar het ene verhaal het andere uitlokt, waar bezoekers van plaatsen met hun verhalen over dat bezoek anderen enthousiast kunnen maken om die plaats ook te bezoeken en op hun beurt hun verhaal toe te voegen aan de verhalen die al zijn verzameld.

We hopen dat Plaatsen van Betekenis uitgroeit tot een platform waar mensen met elkaar communiceren over de plekken die zij van betekenis vinden, en waar zij waarde aan hechten – een platform dat zich steeds verder verrijkt en vernieuwt, een platform waar mensen een betekenisvolle ervaring en belevenis kunnen opdoen, die ze meenemen naar de locaties die voor hen van betekenis zijn en waar zij weer over verder vertellen.

We willen dat de gebruikers van ons platform dat enerzijds tot hun eigen platform maken én dat ze dat willen delen met anderen – delen om te kunnen vermenigvuldigen – wat leidt tot binding en beleving, tot toe-eigening, gedeelde waardering en co-creatie.
Wij hopen dat Plaatsen van Betekenis door de inbreng van een breed publiek uitgroeit tot een portal dat memoreert en belevenis biedt, dat op die manier erfgoed verlevendigt en geschiedenis nieuw leven inblaast; een platform dat perspectieven biedt aan z’n de leden van z’n community om zin én betekenis te geven aan het leven, om de dreiging van het gevaar van verlies aan identiteit het hoofd te bieden, en om door aandacht te vragen voor sporen uit het verleden op individueel, groeps- en ander niveau richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen.
Plaatsen van Betekenis gaat uiteindelijk over verhalen van mensen, hun waarden en hun identiteit; over de hartenwaarde. De kunst is die hartenwaarde te vertalen in harde waarden.

Pieter de Nijs, Menno Heling, Maart 2011