Gesprek met Leeke Reinders

Leeke Reinders houdt zich bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft bezig met stedelijke vernieuwingsvraagstukken, met name in wijken die in verandering zijn, gesloopt worden of vernieuwd. Hij doet onderzoek naar de verhouding tussen stadsbewoners en de gebouwde omgeving, onder meer in Rotterdam en in Sarcelles, een buitenwijk van Parijs. In dat soort wijken speelt het vraagstuk van identiteit een belangrijke rol. Wat is een wijk eigenlijk, voor wie bouwen we zo’n wijk, kun je dat in toekomstige concepten vormgeven, wat is de betekenis die de wijk vroeger had?

Reinders: Ik ben antropoloog, wat betekent dat ik veel veldwerk doe. Om een stad te leren kennen, moet je de wijken in. Ik gebruik bij mijn onderzoek een ‘mappingmethode’, waarbij ik mensen vraag hun eigen wijk of stad te tekenen. Ik probeer dus de 403 Forbidden stad te bekijken vanuit het oogpunt van de mensen die in die stad wonen en werken. Ik heb dit narrative mapping genoemd. Het is een leuke werkmethode: je spoort via die tekeningen verhalen op.

Publieke ruimtes

Ik heb onderzoek gedaan naar hiphop-cultuur in de banlieue van Parijs, met name naar de manier waarop jongeren zich in rap en graffiti verhouden tot de staat. Binnenkort hoop ik te promoveren op een onderzoek naar de relaties tussen geplande en geleefde ruimte. Dit verschijnt begin volgend jaar onder de titel De verbeelding van een nieuwe stad. Ik ben nu bezig met een onderzoek naar public spaces in de stad. Ik doe dat op een etnografische manier en probeer daarbij tegenwicht te bieden tegen het dominante discours over publieke ruimtes, ontleend aan de

403 Forbidden

Griekse ‘polis’ en het Romeinse forum, dat sterk uitgaat van een plek waar mensen elkaar ontmoeten en integreren in de samenleving. Die ruimtes blijken in de praktijk echter lang niet altijd plekken te zijn waar mensen elkaar ontmoeten: het zijn ook plekken waar uitsluiting plaats vindt, of waar mensen delen van een stad claimen of zich toe-eigenen en – soms – terroriseren. Dat idee van narrative mapping is getriggerd door de mental mappings van Kevin Lynch (The image of
nginx/1.6.3
the city
). Ik begin blanco-  ik probeer weg te raken van de officiële cartografie. Ik start vanuit het oogpunt van de gebruikers van de stad. Er zijn mensen die markante punten gaan tekenen, maar de meeste mensen tekenen routes, van hun woning naar hun werk, of van moeder naar dochter. Je ziet zo de actieradius van mensen, maar je ziet ook ze delen van hun stad uitsluiten of negeren.

Kom je ook achter de persoonlijke betekenis die mensen hechten aan plekken of landmarks?
De interessantste landmarks zijn die plekken die meerdere betekenissen hebben. Het zijn vooral symbolen, zoals de Watchtower in Los Angeles of de Erasmusbrug in Rotterdam. Het zijn plekken die worden opgenomen in een groter krachtenspel, die raken aan het politieke krachtenveld of aan de cultuurwereld. Dit soort objecten krijgt in de loop van de tijd een andere betekenis. Maar een kleine sigarenwinkel kan ook een landmark zijn – vergelijk het maar met de sigarenwinkel in de film Smoke. Maar wat mensen als landmarks aangeven zijn altijd plekken waar gedragspatronen elkaar raken, vaak ontmoetingsplekken, maar in ieder geval plekken waar mensen elkaar passeren.

Verloren identiteit

De wijken waarin ik onderzoek doe, zijn vaak wijken die sterk verbonden waren aan lokale industrieën, maar waar de industrie is weggevallen, waar mensen vervolgens zijn weggetrokken en waar zich daarna nieuwe groepen hebben gevestigd – vaak allochtonen. Mensen in die wijken missen vaak een gevoel van saamhorigheid, of van identiteit. Vaak probeert men dat soort wijken een nieuwe identiteit te geven, bijvoorbeeld door brandingstechieken. Een brandingsbureau probeert samen met de bewoners een brand voor een wijk te maken, door een aantal kernwaarden te definiëren. Een brand is interessant als symbool, want het werkt regressief en progressief; je probeert de identiteit op te sporen van vroeger, van de periode voordat de migranten naar die wijk kwamen, maar je probeert dat ook te vertalen in een projectie in de toekomst, hoe die wijk er in de toekomst uit moet zien. Die toekomst is voor bewoners vaak diffuus geworden en mensen hebben behoefte aan een beeld hoe de wijk er in de toekomst uit komt te zien. Een brand kan daarbij helpen.

Plaatsen van betekenis zijn plekken die een betekenis hebben, maar ook plekken die een betekenis krijgen toegekend. Wij zijn niet in de eerste plaats geïnteresseerd in de betekenis die objecten of plekken officieel hebben en meer in de betekenis die mensen zelf aan die plekken toekennen, dus in dat proces van betekenisgeving dat voortdurend doorgaat en hoe die betekenis ontstaat. Wij willen plaatsen van betekenis zo definiëren dat mensen daar bijna op een onbewust niveau een beschrijving van kunnen gaan geven.
Lynch geeft daar deels een antwoord op. Hij onderscheidt vijf elementen van stedelijke beelden, waaronder landmarks, knooppunten en routes. Een landmark is iets statisch, maar knooppunten zijn vaak plekken van betekenis voor mensen: als je mensen vraagt wat een plek van betekenis is, dan komen ze vaak op een knooppunt uit.

De herinnering aan iets dat weg is

Maar hoe maak je dat concreet? Heeft een plek een identiteit, waaruit bestaat die en hoe maken wij het duidelijk aan onze redacteur of user hoe hij die plek het beste kan beschrijven? Moet die een feitelijke beschrijving geven of die plek tekenen of een plek vanuit een verhaal met een persoonlijk perspectief beschrijven?
Het onderzoek dat ik doe in Zaanstad is in dit verband interessant. Zaanstad is een stad die een beetje van de kaart is af gevallen. Als je daar op zoek gaat naar landmarks vertellen mensen vaak een verhaal over iets wat er niet meer staat. Want plekken van betekenis zijn niet altijd plekken waar nog iets staat, maar even vaak plekken waar van alles is geweest, maar waar nu iets anders is. Het is dan interessant om te zoeken naar wat er was en hoe dat de perceptie van nu beïnvloedt. Ik doe dat niet vanuit een regressief idee over de moderne tijd, zo van: vroeger was het beter en het is nu vernield. Maar ik probeer te laten zien hoe dat verleden doorwerkt in de perceptie van het heden, en dat dit verleden verschillend geïnterpreteerd kan worden.
Zaanstad is een stad die gegroeid is aan de Zaan, waar zich in de loop der eeuwen tal van industrieën hebben gevestigd. Als je mensen die daar nu wonen vraagt om hun wijk te tekenen of te beschrijven, dan beginnen ze vaak met die industrie. Maar die industrie is er niet meer! Die is gesloopt of de stad uitgetrokken en vervangen door nieuwbouw. Sommige oude industriepanden zijn gespaard en hebben een nieuwe bestemming gekregen, als bibliotheek, of woning of restaurants, en zijn zo landmarks geworden. In de conceptualisering van een plek van betekenis is dat wel heel dominant en belangrijk – de herinnering aan iets dat weg is.
Het zou heel interessant zijn om een plek als de Dam te bekijken vanuit verschillende groepen, en dus niet alleen als plek van nationale herinnering. Ik zou bij het zoeken naar de betekenis van een plek altijd proberen dat vanuit verschillende perspectieven te doen; ik zou gebruik maken van counter narratives. Je hebt het dominante verhaal – de canon – maar er zijn ook verhalen van andere groepen, vanuit andere perspectieven die tegen zo’n dominant vertoog inwerken.

Een ander perspectief

Naast Zaanstad doe ik op dit moment ook onderzoek in Utrecht naar gebruik en beleving van openbare ruimte onder jongeren. En verder ben ik met het bureau NEL (een samenwerkingsverband met ruimtelijk ontwerper Neeltje ten Westenend en antropoloog Esther Heiman) bezig met een cultural mapping project in de Achterhoek. Dat is een zoektocht naar de identiteit van de Achterhoek. We werken aan een teaser, om mensen uit te dagen om op een nieuwe manier te kijken naar de omgeving waarin ze werken. Met cultural mapping doelen we op het in kaart brengen van de cultuur van een plek, stad of gebied. Dat is breed, want er valt van alles onder. Maar waar wij naar op zoek gaan zijn dingen als waar ligt de grens?  Waar begint de Achterhoek? Je definieert jezelf ten opzichte van een ander; zonder die ander kun je jezelf niet definiëren en heb je geen identiteit. Zo werkt het met plekken ook. Als je niet weet waar de Achterhoek begint, is het moeilijk om te definiëren wat die Achterhoek is. We gaan op zoek naar plekken die een ander perspectief bieden op de Achterhoek. We bekijken het vanuit zoveel mogelijk verschillende perspectieven. We kijken naar mensen die er wonen en werken, maar ook naar mensen die er doorheen reizen, met de auto, op de fiets.


Conclusies

Landmarks zijn niet per se plekken, plaatsen of gebouwen met een sociaal- of cultuurhistorische betekenis; het zijn vaak plekken waar mensen elkaar ontmoeten of plekken die een symbolische betekenis hebben (gekregen) en zijn opgenomen in een breder (politiek, maatschappelijk) discours. Landmarks hoeven niet eens meer fysiek te bestaan om toch nog een rol van betekenis te spelen in de herinnering en in de verhalen van mensen.

Plaatsen of plekken kunnen voor verschillende (groepen) mensen een compleet andere betekenis hebben; naast ‘canonieke’ verhalen moet er dus ook ruimte zijn voor counter narratives.

Subpagina’s: